English (United Kingdom)French (Fr)Nederlands (NL-BE)
Home

biotechnologie & maatschappij

De invloed van de biotechnologie op voedselproductie, voedselverwerking en gezondheidszorg neemt een steeds grotere vlucht. Door sommigen toegejuicht, door anderen verafschuwt.

Deze website is bedoeld u een inzicht te geven over de voor- en tegenargumenten, de huidige toepassingen en ontwikkelingen en hun ecologische, economische en politieke invloed op de mondiale samenleving.

Om onze onafhankelijkheid te bewaren is bewust gekozen geen enkele vorm van subsidie te aanvaarden. Voor de financiering van onze activiteiten hebben we twee bronnen: onderzoeksprojecten en de exploitatie van een ‘chambres d’hôtes’, Ferme la belle vue, tel: +32 (0)61 46 78 13 of GSM +32 (0) 472 33 97 68

Deze is gelegen in de Ardennen in een prachtig wandelgebied, (zie foto's) ook aan te bevelen voor sportieve fietstochten zowel met de koersfiets als de mountainbike. Maar ook om rustig een boek te lezen en te genieten van de rust in deze omgeving.

 

 

 

 

GOEDE RELATIES ?

Als het gaat om een omstreden wetenschappelijke proef zoals het aardappelveld in Wetteren is een objectieve en correcte berichtgeving naar het brede publiek van zeer groot belang. De reactie van Prof. Lieve Gheysen op de Facebook groep Save Our Science is een spontane reactie op verschillende persberichten die de situatie niet correct weergaven.

Daar informatie tussen wetenschap en samenleving, meestal via de media verloopt, is correcte informatie van groot belang voor een degelijke en gefundeerde discussie over dit soort omstreden onderwerpen. Zowel wetenschappers als journalisten moeten zich hiervan bewust zijn.

De relatie tussen wetenschap, media en samenleving dient dan ook ernstig geoptimaliseerd te worden.

31 augustus 2011

 

IS VERZET TEGEN EEN GGO VELDPROEF ZINVOL?

Wat is er mis met een veldproef onder strenge controle van een cisgene aardappel die resistent is tegen de gevreesde aardappelziekte ‘Phytophthora’?

Het is net als met een nieuw medicijn iemand op de wereld moet het als eerste slikken.

Niemand zal ontkennen dat de introductie van genetisch gewijzigde gewassen mogelijke moeilijkheden van diverse aard met zich mee kunnen brengen. Vandaar ook dat er onder strenge controle zogenaamde veldproeven moeten gebeuren om dit te testen. Dat zal voor iedereen duidelijk zijn. Waarom dan toch verzet tegen een dergelijke veldproef? Zoek op onze WS ‘aardappel’ lees, denk mee en reageer.

10 maart 2011 

 

ALLES VOOR DE WETENSCHAP”

 

Donderdag 3 februari 2011 ook gekeken op Canvas naar het programma ‘alles voor de wetenschap’ met in de hoofdrol moleculair bioloog Marc van Montagu ?

Een goed ingeleid programma dat een duidelijk beeld gaf van de ontwikkeling van biotechnologie en de mogelijkheden in de plantenwereld.

marc van montagu


Marc van Montagu schetste op een boeiende manier de verhoudingen binnen wetenschappelijke kringen, zeg maar de concurrentiestrijd tussen wetenschappers. Dit is te vergelijken met het gerommel met “peer review” waar Christine van Broeckhoven over sprak.

Hij gaf ook een goed beeld hoe de ‘kennis’ ontwikkelt in de universiteit uiteindelijk in handen komt van financieel draagkrachtige organisaties zoals Monsanto. Organisaties die winst en marktpositie belangrijker vinden dan het oplossen van hongerproblemen en armoede.

Hopelijk zullen de radicale tegenstanders een andere kijk hebben gekregen op de mogelijkheden van deze techniek en deze in een breder perspectief plaatsen.

De bio-wetenschappers zelf zouden meer oog moeten hebben voor de sociale en maatschappelijke en mogelijke milieu gevolgen die ggo’s kunnen hebben. Het patentrecht op ggo's is verhandelbaar en leidt tot machtsconcentratie waardoor belangrijke voedingsgewassen in handen van enkelen komen. Ook dit zou een belangrijk aandachtspunt moeten zijn.

Alle toepassingen van nieuwe technieken hebben immers sociale en maatschappelijke gevolgen.

Misschien een goed idee dat ze bij Canvas biotechnologie in een breder kader plaatsen.

Laat ons weten hoe u erover denkt. Ga door naar de reageertoets.

 

  

Reactie op “De bij verdwijnt”, Panorama programma 19 september 2010

Uit de reacties naar aanleiding van de documentaire “de bij verdwijnt” spreken de bijdragen van Esmeralda Borgo en André ons het meest aan.

Er is inderdaad reeds jaren lang een streven naar steeds meer uniformiteit.

Gewassen en vee aanpassen aan de technologische mogelijkheden. De uier van de koe aan de melkrobot, de kip aan de slacht robot. De bijen …………….

Schaal vergroting in de landbouw, steeds grotere en zwaardere landbouwmachines. Met als gevolg het verdwijnen van landschapselementen zoals eikenwalletjes, heggen en sloten en invloed op het bodemleven en verarming van de biodiversiteit.

Dat genetisch gemanipuleerde organismen tot meer uniformiteit zouden leiden is onder de huidige omstandigheden correct.

De oorzaak hiervan is dat deze techniek steeds meer in handen komt van multinationale ondernemingen die maar één doel hebben een sterke machtspositie op de markt, en “winst”. (niets menselijks is hen vreemd). Door het opkopen van zaadhandels vergroten zij hun markt overwicht en bevorderen zo een verschraling van de biodiversiteit. Ze zijn immers gericht  op belangrijke grootschalig toegepaste gewassen ( cash crops). Door het opkopen van biotechnologiebedrijfjes, die in het bezit zijn van specifieke kennis  en/of patentrechten, versterken zij hun marktpositie en maken hun afnemers afhankelijk. Door de combinatie van gepatenteerd zaaigoed gekoppeld aan hun bestrijdingsmiddelen worden ze niet alleen afhankelijk maar ook gebonden.

Dit heeft grote invloed op de landbouw ontwikkeling, de biodiversiteit en bijgevolg ook op de bijen en andere nuttige insecten en vogels.

Dat wil niet zeggen dat we de kennis die voortvloeit uit de ontwikkeling en kennis over de mogelijkheden van  de biotechnologie zonder meer moeten afwijzen. Er zijn zeker toepassingsmogelijkheden die kunnen helpen bij de verdere veredeling van gewassen.

De opdracht zal echter steeds zijn goed te kijken naar de samenhang der dingen en de mogelijkheid toepassingen te elimineren. Dat wil ook zeggen dat investeringen te niet kunnen gaan. Welk bedrijf kan of wil deze mogelijkheid accepteren? Welke rol kan of moet de overheid hier in spelen, welke rol de wetenschap?

De overheid zou een goed bermbeheer kunnen doorvoeren en het uitzaaien van bepaalde soorten die belangrijk zijn voor variatie voor de bijen. De ‘Phacelia’ een éénjarige groenbemester kan een belangrijke rol spelen voor de instandhouding van de bijenstand.

Ook politici zijn hiermee begaan:

"Wereldwijd verlies van biodiversiteit blijft stijgen"

"Biodiversiteit integreren in andere beleidsvormen EU"

"De ambitie is enkel nog maatschappelijk verantwoorde soja in te voeren"

 

Waarom dit artikel over een ‘snoepreep’?

Dit artikel maakt duidelijk hoe bepaalde vindingen, ontwikkelingen, toepassingen en verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Het laat zien hoe belangrijk het is om steeds te kijken en te zoeken naar de samenhang der dingen.   

marcel poppe

16 september 2010

graag uw reactie 

 Blij met een nieuwe snoepreep

NRC 11 september 2010

Auteur: Prof. Dr. Martijn Katan

Als je een Mars doormidden breekt kun je zien dat hij van binnen uit twee lagen bestaat. De dikke onderste laag is een taaie zoete massa die noga heet. Er zit vooral suiker in, en verder wat eiwit en chocola. Het bovenste, dunne laagje is een halfvloeibare toffee. Die bestaat uit suiker en vet. Voor het vet in de toffee gebruikte Mars palmolie, maar die is sinds kort vervangen door zonnebloemolie. Deze verandering werd door het bedrijf gebracht als een voedingskundige mijlpaal voor chocoladeproducten.

Zonnebloemolie is gezonder dan palmolie omdat zonnebloemolie minder verzadigd vet bevat. Daarom is de nieuwe Mars een tikkeltje gezonder dan de oude. Maar veel maakt het niet uit. Per Mars is één grammetje verzadigd vet vervangen door onverzadigd vet, de andere 5 gram zit er nog steeds in, en de nieuwe Mars bevat net zo veel suiker en calorieën als de oude. Mensen vinden snoeprepen lekker en ze zijn goedkoop, gemakkelijk mee te nemen, en te eten met één hand zonder kliederen. Daarom eet je er gauw te veel van en dat maakt dik.

Toch gaf dat persbericht mij een goed gevoel. Het leek dat er een beetje van de schade werd hersteld waar ik aan heb bijgedragen met een onderzoek van 20 jaar geleden. Ik deed het onderzoek met de beste bedoelingen, want voedingsonderzoekers willen zich graag nuttig maken. Helaas heeft goed bedoeld onderzoek vaak onbedoelde negatieve gevolgen. Ons onderzoek gaf namelijk een boost aan de vraag naar palmolie.

Het onderzoek zelf ging over transvet. Dat werd gemaakt door vloeibare plantaardige olie zoals zonnebloemolie te harden. Levensmiddelenfabrikanten gebruikten dat harde transvet graag om koekjes van te bakken, harde margarines te maken en patat in te frituren. Volgens de fabrikanten werd het cholesterolgehalte van het bloed door transvet niet verhoogd, maar de studies daarnaar waren verouderd en spraken elkaar tegen. Daarom deden wij een nieuwe studie. Mijn promovendus Ronald Mensink — inmiddels hoogleraar in Maastricht — en ikzelf gaven studentenvrijwilligers grote hoeveelheden transvet te eten en ontdekten dat transvet helemaal niet gezond was. Transvet verhoogde het slechte LDL cholesterol in het bloed en verlaagde het goede HDL cholesterol, en vergrootte daarmee vermoedelijk de kans op een hartinfarct. Binnen een paar jaar rapporteerden andere onderzoekers dat ze inderdaad meer hartinfarcten zagen bij mensen die veel transvet aten.

Toen dit duidelijk werd begon de Europese levensmiddelenfabrikanten meteen het transvet uit hun producten te verwijderen. De Amerikanen volgden 10 jaar later, want zij gaven het transvet niet zomaar op. Amerikaanse supermarkten lagen vol levensmiddelen met transvet, in het bijzonder margarine. Amerikaanse voedingswetenschappers hadden steeds weer verzekerd dat die margarine beter was voor je hart dan roomboter, en ze vonden het niet leuk om ongelijk te krijgen door een onderzoek uit Verweggistan-aan-de-Noordzee. Zo voelt buitenlands onderzoek voor menige Amerikaanse wetenschapper.

Daarentegen was er gejuich bij de zuivelindustrie, nu bleek dat die zogenaamd gezonde margarine slechter was dan roomboter. Eindelijk gerechtigheid! Wie ook juichte was de Minister of Primary Industries van Maleisië, en alle patriottische Maleisiërs juichten met hem mee. Maleisië was de voornaamste producent van palmolie, en dat was in Amerika in de ban. Roomboter was voor de Amerikanen nog tot daar aan toe, maar palmolie was on-Amerikaans en nog ongezond bovendien, dus palmolie kwam Amerika niet in. En nu bleek het Amerikaanse transvet slechter dan palmolie te zijn.

Over het enthousiasme uit Kuala Lumpur maakte ik mij destijds geen zorgen. Palmolie — of beter gezegd palmvet, want het is hard  — zat vol verzadigd vet. Iedereen wist dat dat slecht was voor je cholesterol, terwijl vloeibare olie zoals zonnebloemolie daar juist goed voor is. Die vloeibare olie moest voortaan ongehard in eten worden verwerkt; de hardingsfabrieken konden sluiten.

Bij margarines lukte dat goed. Ook de pakjes met bak- en braadvet en frituurvet werden vervangen door flessen met olie, heel langzaam, want de consument mocht niet schrikken. Maar bij de koekjes ging het mis. Om koek, cake, taart of croissants te bakken heb je hard vet nodig, althans dat was de mening. Roomboter is zeer geschikt maar duur en ongezond, en daarom gingen fabrikanten op zoek naar een ander hard vet zonder het gevreesde transvet. Het moest goedkoop zijn en liefst plantaardig, dat verkoopt beter. Dan kom je uit op palmolie. Dus voeren er elk jaar meer tankschepen met verwarmde tanks vol gesmolten palmolie de haven van Rotterdam binnen. Rotterdam is het centrum van de Europese palmoliehandel.

Onze ontdekking dat transvet slecht is stimuleerde dus geheel tegen onze bedoeling in de aanplant van oliepalmen. Ook andere factoren brachten de palmolieproductie in een stroomversnelling.

Aan de aanbodkant had Maleisië de rest van Zuidoost-Azië laten zien dat je miljarden kunt verdienen met het aanplanten van oliepalmen, want onder de tropische zon groeien die als kool. Tussen 1997 en 2005 verdubbelde het areaal aan oliepalmen. Die groei leidde tot grootschalige verwoesting van tropisch regenwoud, om te beginnen in Maleisië en vervolgens in Indonesië, waar gewetenloze exploitanten de oerwouden van Borneo en Sumatra in brand staken om ruimte te maken voor oliepalmen. Ook andere tropische landen vervingen steeds meer oerwoud door olieplantages om aan de groeiende vraag te voldoen.

Aan de vraagkant speelde meer mee dan de vervanging van transvet. Naarmate een land rijker wordt, willen mensen minder rijst en bonen eten en meer vetrijke producten, en palmolie is het goedkoopste vet. Daarom gaat er inmiddels een wassende stroom van palmolie richting China en India waar er westers pleziervoedsel van wordt gemaakt. De nieuwe economieën kopen ook steeds meer shampoo, bodylotion, afwasmiddel en zeep en ook daarvoor is palmolie een aantrekkelijke grondstof.

Verder ontstond er een enorme vraag naar palmolie als biobrandstof. Plantaardige olie brandt goed. Met het stijgen van de aardolieprijs en van het klimaatbewustzijn wordt er steeds meer palmolie verbrand in elektriciteitscentrales en in automotoren, want dat klinkt duurzaam en groen. Het milieuvriendelijk imago van biobrandstof is echter misleidend, want de productie ervan leidt tot aantasting van natuurgebieden en uitputting van water, grond en kunstmest. Bovendien helpt biobrandstof weinig tegen de uitstoot van broeikasgassen, omdat bij de teelt van olieplanten en de productie van biobrandstof grote hoeveelheden aardgas en aardolie worden verbruikt die je net zo goed direct in je tank kunt stoppen.

De voorvechters van biobrandstof hebben dus meer boter op hun hoofd dan Mensink en ik. Maar toch ben ik blij dat Mars voortaan zonnebloemolie uit Frankrijk of Bulgarije in de toffee stopt in plaats van palmolie uit Indonesië. Voor de slagaders van de Mars-eter is het effect beperkt, maar alles wat de verwoesting van de tropische oerwouden vertraagt is meegenomen.  

 

Van ivoren torens naar glazen huizen

Als je een haring in mootjes snijdt wordt het nooit meer een haring

Het Nanosoc project was een zoveelste poging om wetenschap en maatschappij tot dialoog te brengen.

Een poging, die door haar opzet, de mogelijkheid scheen te hebben om eindelijk de afstand tussen wetenschap en samenleving te doorbreken.

Maar ook hier zaten wat haken en ogen in de weg. Het opdelen van de maatschappij in grosso modo 3 aparte identiteiten ‘wetenschappers, burgers en politici ‘. Drie identiteiten die onafhankelijk van elkaar, elk vanuit hun eigen belangen, een visie ontwikkelen. Dit is blijkbaar een hinderpaal om tot een zinvolle dialoog te komen.

De afstand tussen wetenschappelijke ontwikkeling en de dialoog over de toepassingen lijkt onoverbrugbaar te zijn. De vele pogingen en de daaraan gekoppelde financiële middelen ten spijt. Ook de pogingen deze dialoog op politiek niveau te krijgen lijken tot mislukken gedoemd.

Het op 26 maart 2010 afgesloten groots opgezette Nanosoc experiment lijkt weer een mislukking te worden. Voorgaande pogingen om de ‘burger’ mee te laten redeneren over de toepassingen van biotechnologische mogelijkheden, hadden niet het gewenste resultaat. De bezwaren en redeneringen, van de ‘burger’ tegen en over zowel de biotechnologie als binnen het Nanosoc project werden/worden doorgespeeld naar de bevoegde politieke autoriteiten. Daar verdwijnen die in een bureaulade en sneeuwen verder onder, zoals de geschiedenis over de biotechnologie ons leert. (zie Biotechnologie: hoe betrekken we de burger? )

De inzichten, zowel positieve als negatieve, van de ‘burger’ (waar ook de wetenschapper en politicus toe behoren) worden overgedragen aan de z.g. bevoegde autoriteiten. Vanaf dat moment is de ‘burger’ monddood, heeft geen enkele kijk hoe er met de resultaten wordt omgegaan. De macht is door de burger overgedragen, vergelijkbaar met de representatieve democratie waarin we leven.

De vraag is dan ook: wordt de ‘burger’ wel serieus genomen? Welke zin heeft het om aan dergelijke projecten deel te nemen. Als blijkt dat de ‘burger’ nauwelijks invloed heeft op de ontwikkelingen en de toepassingen van nieuwe technologieën, evenmin op de politieke besluitvorming.

Het doorbreken van deze patstelling kan alleen als er meer openheid komt, meer transparantie. De ‘burger’ inderdaad mede zeggingschap krijgt en zijn inbreng in de dialoog zichtbaar een rol speelt.

Denk mee en reageer!

9 juni 2010

marcel poppe

 

 

 

 

Enquête EOS gentechnologie

Een manipulerende enquête?? 

Als je titels leest als ‘Vlaming positief maar onwetend over gentechnologie’ en ‘Vlaming vindt gentechnologie eerder positief’ wordt je minstens achterdochtig. Waar komt dit vandaan? Door wie en hoe is dat vastgesteld?

Het blijkt dat de bron een exclusieve enquête is in EOS (7/8 juli-augustus 2010) met als titel ‘Biotechnologie:soms onbekend, toch bemind’. Het beminnen van een technologie roept op zich al enige bedenking op.  Wat kan de reden zijn om een ‘technologie’ te beminnen.

De basis hiervan is de EOS enquête: De deelnemers (1000 personen een representatief staal van de Vlaamse bevolking) kregen tien biotechnologische toepassingen voorgelegd.

In het Forum van dat zelfde EOS schrijft de hoofdredacteur Raf Scheers: ‘Genetische manipulatie, een term die sommigen om eufemistische redenen schuwen, zal nooit meer het zelfde zijn. Correcte informatie en een maatschappelijk debat zijn geen overbodige luxe.’

Dat is dan juist waar deze enquête mank loopt. Aan de hand van suggestieve informatie over biotechnologie moest de deelnemer de ontwikkeling of toepassing in de tijd situeren en zich positief of negatief uitspreken.

De tien toepassingen waren: 1/ Genoomsequensing,toekomst, 2/ Stamceltherapie voor diabetes, toekomst, 3/ Aardappels resistent tegen de aardappelziekte,toekomst, 4/ Insectresistent katoen,vandaag, 5/ Insuline, vandaag, 6/ Kaas,vandaag, 7/ Prenatale screening,vandaag, 8/ Wasmiddelen,vandaag,9/ Tomaten met extra lycopeen,toekomst,  10/ Bioraffinaderij, toekomst.

Bij al deze toepassingen een korte uitleg. Daar wij ons richten op de ontwikkeling en toepassingen in de ‘Groene Biotechnologie’ hierbij de uitleg zoals in de enquête over de aardappel (3), katoen (4),de tomaat (9) en bioraffinaderij (10).

Aardappel (3): ‘De aardappelziekte of Phytophthora is de grootste bedreiging voor de aardappelteelt in Vlaanderen. Ze leidt tot het gebruik van grote hoeveelheden pesticiden. Landbouwers kunnen echter ook aardappelen telen die beter bestand zijn tegen deze ziekte doordat verschillende stukken DNA zijn ingebracht uit planten die van nature met de aardappel kunnen kruisen.’ (zie op Wikipedia ‘aardappelziekte’ en ‘Phytophthora’ en op onze website ‘Cisgene aardappel weerstaat Phytophtora’)

Katoen (4): ‘Door een gen uit een bacterie in te bouwen in katoen maken de planten zelf een stof die dodelijk is voor het belangrijkste plaaginsect. Daardoor zijn in de regel minder insecticiden nodig.’ (zie onze website ‘Teelt van Genetisch gemodificeerde katoen in India’ en ‘Monsanto’s Bt-katoen doodt de grond alsook de boeren’)

Tomaat (9): ‘Lycopeen is een stof die mannen kan beschermen tegen prostaatkanker en van nature onder meer in tomaten voorkomt. Wetenschappers hebben met behulp van genetische modificatie tomaten gemaakt die tot vijf keer zoveel lycopeen bevatten’.

Dit kan veel narigheid voorkomen mits er ook voldoende vetten in het eetpatroon zijn opgenomen. Lycopeen is ook verkrijgbaar als voedingsupplement.

Bioraffinaderij (10): ‘De geïntegreerde bioraffinaderij gebruikt plantenmateriaal uit de directe omgeving zoals hout en stro en produceert op basis daarvan energie voor de productie van bioplastics, medicijnen en andere producten’. (zie onze website ‘Biobrandstof niet te matchen met biodiversiteit’) 

Met deze korte uitleg, zonder deze toepassingen in een breder maatschappelijk kader te plaatsen, kan dit beschouwd worden als een handige reclametruc. Deze verengde basis voor de beoordeling van de zeer ingrijpende ontwikkelingen en toepassingen van de biotechnologie maakt de uitslag, maatschappelijk onaanvaardbaar.

Als de geënquêteerde vooraf de opmerkingen van Dirk Inzé en Michel Haring in het artikel hadden gelezen had de uitslag er zonder twijfel anders uitgezien.

Dirk Inzé:’Een aantal bedrijven heeft communicatiefouten gemaakt. Ze wilden de technologie te snel doordrukken zonder het publiek te informeren. Ook de toenemende monopolisering boezemt de mensen waarschijnlijk angst in’

Michel Haring: ‘Genetische modificatie is duur, dus als we daar de prioriteit van maken, sluiten we al bij voorbaat een grote groep mensen uit. Bovendien dreigt de diversiteit van landbouwgewassen sterk te verminderen omdat ggg’s worden ontwikkeld door een handvol bedrijven die zich omwille van de hoge ontwikkelingskosten zullen beperken tot een beperkt aantal rassen die wereldwijd worden ingezet. Loopt er met één daarvan iets mis dan gaat het meteen grondig fout’.

Zoals Michel Haring opmerkt is het een dure ontwikkeling. Hierbij kan wel opgemerkt worden dat de kennis in veel gevallen ontwikkeld wordt op universiteiten en instituten mede gefinancierd door de overheid, met geld van de belastingbetaler.

Dat door patentrechten en het opkopen van bedrijven met die rechten een enorme mondiale machtsconcentratie groeit op zaden en de voedselvoorziening.

Om kort te gaan zonder enig inzicht in de samenhang der dingen is het oordeel over biotechnologische toepassingen in de zogenaamde groene biotechnologie, zoals die uit deze enquête naar voren komt, een losse flodder.

Een beoordeling zonder maatschappelijk inzicht is onverantwoord.

13 juli 2010

marcel poppe